Als een ontsteking of fistel steeds op dezelfde plaats terug komt,  kan je arts een operatie voorstellen. De arts zal altijd met jou een goede afweging maken van de voor- en nadelen. Er zijn verschillende operatiemethoden en de keuze hangt onder andere af van de ernst van de plekken. Operatieve ingrepen worden zowel door dermatologen, chirurgen als plastisch chirurgen uitgevoerd.

Incisie en drainageDeroofingExcisie

CO2-laserOverige therapieën

Incisie en drainage

In zeer pijnlijke ontstekingen die pus bevatten (een abces) kan een snee gemaakt worden, zodat de pus (etter) eruit komt. Hiermee verdwijnt de spanning op de huid en daarmee ook de hevige pijn. De ontsteking waar de snee gezet wordt is vaak moeilijk te verdoven. Het effect van deze ingrepen zijn tijdelijk en ter vermindering van de pijnklachten; je geneest niet.

Deroofing

Deroofing' betekent: het dak eraf halen. Deroofing wordt toegepast als er onder de huid holtes en/of gangenstelsels aanwezig zijn. Bij deroofing wordt de huid boven de fistelgangen en abcesholtes onder plaatselijke verdoving (of indien een uitgebreid gebied onder algehele narcose) weggesneden of weggebrand; de bodem van de gangenstelsels wordt intact gelaten. Waardoor de wond relatief snel geneest, de wond wordt dus niet gehecht. Deroofing bij milde tot matige HS is vaak succesvol en komt de ontsteking weinig terug in het behandelde gebied . Er kunnen echter wel nieuwe ontstekingen ontstaan naast het geopereerde gebied.

Excisie

Bij chirurgische ingrepen die bedoeld zijn om de ziekte te genezen, moet er door een dermatoloog of (plastisch)chirurg vaak veel weefsel worden weggesneden (dit heet een excisie), zowel in de diepte als in de breedte. Bij grote ingrepen wordt dit onder narcose gedaan. Wanneer dit gebeurt, moet je rekening houden met het ontstaan van een litteken. De wond die achterblijft, wordt gehecht of juist opengelaten, afhankelijk van de grootte. Als het om een grote plek gaat, kan een huidtransplantaat worden aangebracht. Bijvoorbeeld van een stukje huid van je been. Zelfs na goed uitgevoerd chirurgisch ingrijpen kan de aandoening weer terugkomen, veelal buiten het operatiegebied.

CO2-laser

Met een CO2-laser kan ontstoken weefsel worden weggebrand. Meestal gebeurt dit onder plaatselijke verdoving en soms onder algehele narcose. Ook hierbij moet je rekening houden met littekenvorming.

Overige therapien

Gezien de afwezigheid van bewijs voor effectiviteit worden fotodynamische therapie, radiotherapie en botuline toxine (botox) zelden ingezet. Laserontharing met een YAG-laser zou mogelijk wel effectief kunnen zijn.